Als je als zzp’er te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag, zijn er verschillende civielrechtelijke routes die in beginsel openstaan:
· Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW): als een opdrachtgever, collega of derde grensoverschrijdend gedrag vertoont dat jou schade toebrengt, kun je een civiele schadeclaim indienen tegen de veroorzaker. Dit is een route die rechtstreeks tegen de dader is gericht en die ook openstaat wanneer de dader niet je opdrachtgever is.
· Wanprestatie (art. 6:74 BW): als er in het contract afspraken zijn vastgelegd over gedrag of een veilige werkplek en de opdrachtgever houdt zich daar niet aan, kan er sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming die tot schadevergoeding kan verplichten. Dit is de reden waarom een gedragsclausule in het contract zo waardevol is: zij maakt een impliciete verwachting tot een afdwingbare contractuele verplichting. Ook zonder expliciete gedragsclausule kan overigens, via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW), een zorgverplichting uit de aard van de overeenkomst van opdracht worden afgeleid. Schending daarvan kan dan alsnog een tekortkoming in de zin van artikel 6:74 BW opleveren. Dit biedt een extra aanknopingspunt, juist wanneer er geen gedragsclausule is opgenomen.
· Zorgplicht van de opdrachtgever (art. 7:658 lid 4 BW): dit artikel omvat de zorgplicht van een werkgever voor een veilige werkomgeving en strekt zich ook uit tot mentale of psychische schade door grensoverschrijdend gedrag. Lid 4 van dit artikel verklaart de zorgplicht die een werkgever jegens zijn werknemers heeft, van overeenkomstige toepassing op de opdrachtgever van een zzp'er, mits de zzp'er voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk was van de opdrachtgever en de werkzaamheden feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van die opdrachtgever behoorden. Het grote voordeel van deze route is de omgekeerde bewijslast: de opdrachtgever is aansprakelijk voor de schade, tenzij hij zelf bewijst dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat de schade in belangrijke mate aan opzet of bewuste roekeloosheid van de zzp'er is te wijten. Deze route is door de Hoge Raad uitdrukkelijk ook voor zelfstandigen open verklaard, en is in latere rechtspraak toegepast op situaties van agressie en psychisch letsel op de werkvloer.
Alle drie de routes vragen om bewijs en zijn in de praktijk niet eenvoudig te bewandelen, zeker de eerste twee. Ze zijn echter wel een stok achter de deur, en het is belangrijk dat zzp’ers weten dat ze bestaan. Bij onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) ligt de bewijslast volledig bij de zzp'er: die moet de onrechtmatige gedraging, de toerekenbaarheid, de schade en het causaal verband aantonen. Bij wanprestatie (art. 6:74 BW) ligt dit iets gunstiger: de zzp'er moet de tekortkoming, de schade en het causaal verband bewijzen, maar de toerekenbaarheid wordt vermoed — de opdrachtgever moet aantonen dat hem geen verwijt treft. Bij de derde route, de zorgplicht van de opdrachtgever (art. 7:658 lid 4 BW), is de bewijspositie het meest verlicht: de zzp'er moet alleen aannemelijk maken dat die schade heeft geleden in de uitoefening van diens werkzaamheden, waarna de opdrachtgever moet bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. In de praktijk is bewijs bij fysiek geweld nog wel haalbaar, omdat onafhankelijke getuigen en politieverklaringen sterk bewijs kunnen opleveren. Bij minder zichtbare vormen van grensoverschrijdend gedrag — verbale intimidatie, ongewenste seksuele opmerkingen, subtiele pesterijen zonder getuigen — is de bewijspositie voor de zzp'er aanmerkelijk zwakker, omdat onafhankelijke getuigen of medische documentatie vaak ontbreken.
Ook kosten en doorlooptijd zijn een reële drempel; zelfs bij een gewonnen zaak worden niet alle kosten vergoed. Daarnaast kost een dergelijke procedure, zeker wanneer meerdere partijen betrokken zijn, doorgaans geruime tijd — in de praktijk kunnen tussen het incident en de uitspraak al snel een à twee jaar liggen. Een rechtsbijstandsverzekering kan dit obstakel deels wegnemen. Diverse verzekeraars bieden inmiddels specifiek op zzp'ers toegesneden rechtsbijstandverzekeringen aan, die ook geschillen met opdrachtgevers kunnen dekken. Per polis dient te worden nagegaan of geschillen over grensoverschrijdend gedrag daadwerkelijk onder de dekking vallen.