
In gesprek met… Ruben Timmer
Ruben Timmer is netwerkmanager bij Koornetwerk Nederland, de landelijke belangenbehartiger van de koorsector. Koornetwerk vertegenwoordigt zo’n 2.300 koren en circa 110.000 amateurkoorzangers. Vanuit zijn rol houdt Ruben zich bezig met uiteenlopende thema’s binnen de koorsector, van beleid en regelgeving tot opleidingen en sociale veiligheid. Daarnaast is hij zelf actief als amateurzanger en bestuurder binnen de amateurkunst.
Kun je jezelf even voorstellen en vertellen wat je doet?
Mijn werk bestaat er vooral uit om binnen het netwerk, projecten op te zetten, te ontwikkelingen en knelpunten te signaleren en die samen aan te pakken. Dat kan bijvoorbeeld gaan over dirigentenopleidingen, regeldruk voor vrijwillige bestuurders, auteursrecht of kunst- en amateurkunstbeleid. En sociale veiligheid is daar ook een onderdeel van.
Waarom is sociale veiligheid binnen de amateurkunst belangrijk?
Koren zijn bij uitstek omgevingen waar veel interpersoonlijk contact plaatsvindt. Er bestaan allerlei relaties en machtsverhoudingen: tussen een zanger en een bestuur, tussen een bestuur en een dirigent en tussen een dirigent en zangers.
Er gaat veel goed, maar als het misgaat, wordt er vaak van een vrijwillig bestuur verwacht dat het ineens zo’n situatie moet oplossen. En dat zijn mensen die daar meestal niet voor zijn opgeleid. Ze handelen naar eer en geweten, maar kunnen het daardoor soms ook onbedoeld erger maken. Daarom vind ik het als belangenbehartiger belangrijk om kennis en handvatten beschikbaar te maken voor de sector.
Waar lopen amateurverenigingen volgens jou vooral tegenaan?
Een belangrijk probleem is dat sociale veiligheid vaak pas urgent wordt als er daadwerkelijk iets is gebeurd. En dan ben je eigenlijk al te laat. Voor een vrijwillige bestuurder is sociale veiligheid bovendien maar één van de vele dingen die georganiseerd moeten worden. Als er een probleem ontstaat, kan zo iemand ineens ook de rol van mediator of vertrouwenspersoon krijgen. Dat is voor niemand prettig. Wat zo’n vrijwilliger volgens mij vooral nodig heeft, is dat iemand het voor hen kan doen. Dat er iemand is die ze kunnen bellen en die hen helpt om met een situatie om te gaan. Een externe vertrouwenspersoon kan daarin heel goed werken.
Wat doet Koornetwerk Nederland zelf op het gebied van sociale veiligheid?
We proberen vooral voorlichting en praktische handvatten te bieden. Zo hebben we er bijvoorbeeld tijdens onze jaarlijkse Koornetwerk Werkdag aandacht voor. We merkten wel dat een algemene workshop over sociale veiligheid niet automatisch veel mensen trekt. Vorig jaar hadden we het concreter gemaakt en ging het over machtsverhoudingen binnen een koor, bijvoorbeeld tussen een dirigent en zangers. Daar kwamen veel meer mensen op af. Dat laat volgens mij zien dat het helpt om sociale veiligheid te verbinden aan situaties die mensen daadwerkelijk herkennen. Daarnaast hebben we binnen ons netwerk geïnventariseerd wat organisaties al doen en welke goede voorbeelden er zijn. Die kennis, tips en documenten proberen we vervolgens toegankelijk te maken voor de achterban.
Welke thema’s zie je specifiek binnen koren?
De verhouding tussen dirigent en zangers vind ik een belangrijke. Dirigenten worden vaak gezien als de professional en er wordt van hen verwacht dat ze weten hoe ze met allerlei situaties moeten omgaan. Maar dirigenten zijn daar niet altijd voor opgeleid. Ze zijn ook gewoon mensen.
Daarnaast kom je situaties tegen die misschien minder snel als grensoverschrijdend gedrag worden gezien, maar wel invloed hebben op de sociale veiligheid. Denk bijvoorbeeld aan pestgedrag of uitsluiting binnen een koor. Dat iemand niet naast iemand wil zitten of dat er spanningen ontstaan binnen de groep. Ook daar wordt soms van een vrijwillig bestuur verwacht dat het als scheidsrechter of mediator optreedt.
Welke initiatieven werken volgens jou goed?
Ik vind het stappenplan van Vrijwilligerswerk NL een heel goed voorbeeld. Die geeft een vrijwillige bestuurder die niet veel ervaring heeft met het onderwerp heel stapsgewijs inzicht in wat je als organisatie kunt doen. Het gaat bijvoorbeeld over protocollen en gedragscodes, maar vooral ook over hoe je vooraf kunt nadenken over sociale veiligheid. Dat vind ik een heel handzaam middel.Ook bestaan er verschillende toolkits binnen de amateurkunst waar wij naar verwijzen. Het belangrijkste is dat je organisaties iets geeft waar ze daadwerkelijk mee aan de slag kunnen.
Je hebt het ook over de verhouding tussen professionele en amateurkunst. Hoe speelt macht daarin een rol?
Er zit zeker een machtsverhouding tussen het professionele en het amateurveld. Dat zie je bijvoorbeeld bij subsidies. In de culturele sector zijn we met elkaar bezig met het verdelen van schaarste. Professionele organisaties hebben bovendien vaak veel meer capaciteit om hun stem te laten horen. Ze hebben mensen in dienst die kunnen lobbyen, beleid kunnen volgen en contact kunnen onderhouden met bijvoorbeeld ministeries. Bij een amateurkoor ligt dat soort verantwoordelijkheid vaak bij vrijwilligers.
Macht is ook wat je kúnt. Als je de capaciteit hebt om je stem te laten horen, heb je meer invloed.
Waarom vind je amateurkunst zelf zo belangrijk?
Zelf zing ik graag als amateur en doe ook vrijwilligerswerk binnen de sector. Daardoor kan ik het perspectief van een amateurzanger meenemen in mijn werk. Wat ik zo mooi vind aan amateurkunst is dat er verschillende dingen samenkomen. Het is creatief, het is sociaal en het is educatief. Bij koren zie je dat heel sterk. Je hebt eigenlijk alleen jezelf, je stem en de ander. Die verbinding en ontmoeting vind ik heel waardevol.
Dat is ook precies wat we met Start to Sing willen laten zien. Eind september vindt de Start to Sing-campagneweek plaats, van 19 tot en met 27 september. In die week worden door heel Nederland zangactiviteiten, workshops en open repetities georganiseerd, met als doel om zoveel mogelijk mensen samen te laten zingen. Het mooie daaraan vind ik dat het heel laagdrempelig is.
Welke tip zou je andere organisaties meegeven?
Ik geloof sterk in het principe van noblesse oblige: als je de macht of de mogelijkheid hebt om iets te doen, heb je ook de verantwoordelijkheid om dat te doen.
Dat geldt volgens mij ook voor sociale veiligheid. Als je in staat bent om iets te verbeteren, dan moet je die verantwoordelijkheid nemen. En dat hoeft niet altijd te betekenen dat je alles zelf moet oplossen. Het kan ook betekenen dat je ervoor zorgt dat mensen weten waar ze terechtkunnen en dat de juiste ondersteuning beschikbaar is.
Juist in de amateurkunst, waar zoveel mensen zich vrijwillig inzetten, moeten we ervoor zorgen dat zij er niet alleen voor staan.